De cervicothoracale overgang (CTO) is het deel van de wervelkolom dat meebeweegt met schouderbewegingen. Het strekt zich ongeveer uit van wervel C4 tot wervel Th4. Problemen in de CTO betreffen meestal verminderde beweeglijkheid in de CTO.
De beweeglijkheid van de CTO kan worden beoordeeld in 8(!) richtingen:
anteflexie - retroflexie
links rotatie - rechts rotatie
links lateroflexie - rechts lateroflexie
retractie - protractie.
In de CTO zijn de anteflexie en de protractie het minst vaak beperkt. De rotatie en de lateroflexie zijn door de vorm van de wervels biomechanisch aan elkaar gekoppeld, dus die zijn altijd tezamen afwijkend.
Let op! Voor een goede functie van de schouder is een goede functie van de CTO noodzakelijk. Bedenk daarom dat bij een disfunctie van de CTO er in principe ook sprake is van een gestoorde abductie en dat de abductie als test in dat geval dus minder zegt over andere oorzaken van een gestoorde abductie.
Myogene of artrogene hypomobiliteit
Diagnose
Regelmatig is er sprake van specifieke hypomobiliteit, door hypertonie in 1 of meer spieren, of verminderde mobiliteit in 1 of meer facetgewrichten. Dit uit zich in een geringe, vaak asymmetrische bewegingsbeperking in de CTO. Vaak is het eindgevoel (de weerstand aan het eind van de passieve beweging) veranderd.
Behandeling
Mobiliserende behandelingen (oefeningen, manuele therapie) zijn dan de aangewezen behandelwijze.
Neurologische of orthopedische afwijkingen
Diagnose
De meeste neurologische of orthopedische afwijkingen in de CTO zullen zich niet primair uiten als schouderklachten, maar als nekklachten. Een mogelijke uitzondering is het radiculair syndroom. De schouder hoort bij dermatoom C4. Maar door de vervlechting van zenuwbanen in de plexus kan ook inklemming van lager gelegen cervicale wortels schouderpijn geven.
Behandeling
De behandeling is afhankelijk van de onderliggende oorzaak.